ALLES IS NASK - NASK IS ALLES
HOME » ANTWOORDEN

WAAR ZIJN DE ANTWOORDEN GEBLEVEN?

 

Naar aanleiding van onderstaande mail, zie ik mij genoodzaakt om de antwoorden (voorlopig) van de website te verwijderen.

 

Naam *:
Eugène Wijnhoven

E-mailadres *:
eugene.wijnhoven@malmberg.nl

Bericht *:
Heer Glen Hille,
Met nask.jouwweb.nl schendt u zowel auteursrecht, copyright als het recht op verspreiding. Daarnaast schoffeert u docenten met uw site, aangezien leerlingen hun huiswerk niet meer maken, maar de uitwerkingen klakkeloos van nask.jouwweb.nl overnemen. Ik sommeer u dan ook deze site direct uit de lucht te halen om juridische stappen onzerzijds te voorkomen. Mocht u geen onmiddellijk gehoor geven aan dit verzoek, dan zie ik mij genoodzaakt onze advocaat in te schakelen en uw werkgever hiervan op de hoogte te stellen.
Eugène Wijnhoven
Uitgever Nova
Uitgeverij Malmberg

 

Ik ben aan 't uitzoeken wat mijn rechten zijn en zodra ik alternatieven heb om alles zo breed mogelijk te kunnen delen, dan zal ik dat niet nalaten.

 

Kennis is van iedereen en voor iedereen. Dat moet gedeeld worden en daar moet je je voordeel mee kunnen doen!

 

Zelfgemaakte antwoorden NASKH5

1) Houtskool (maar aardgas zou ook kunnen)

2) Warmte

3) Allebei

4a) Chemische/Elektrische

4b) Chemische/Warmte/Verbranden

4c) Aardgas, Steenkool, Hout, Waterstof, Bruinkool, Turf, Benzine, Nafta, Kerosine, Olie, DIesel

5) Meer/Warm/stijgt/langer/meer

6a) CV-ketel/Gasfornuis/Oliekachel/HoutskoolBBQ

6b) Strijkijzer/Waterkoker/Magnetron/OvenKoffiezetapparaat

7) CV-aardgas/fonduestel-spiritus/BBQ-houtskool/Houtkachel-hout

8) Dat is op en groeit niet snel genoeg aan, kan dat niet bijhouden

9) Van stralingsenergie naar chemische energie

10a) CW-6 want meeste water, dus ook meeste warmte voor nodig

10b)Ook CW6 want om warmte te leveren is verbranding van aardgas nodig.

11a) Verbruik = eind-begin=22125-19736=2389 m^3

11b) Prijs = kosten x aantal m^3 = 0,65 x 2389 = €1552,85

12) Hij heeft niet zoveel nodig dus verbruikt hij onnodig veel energie. Ook duurt het langer om zoveel water op te warmen. Dus het is duurder en het kost meer tijd.

13a) Na 4 minuten (want kookpunt water = 100 graden Celsius en dat is na 4 minuten

13b) Dit is 3x zoveel (300/100=3) dus duurt het ook 3 x zo lang. Dus 3 x 4 minuten = 12 minuten

13c) Start bij 20 graden Celsius, dan rechte lijn naar 12 minuten-100 graden Celsius, vanaf daar horizontaal

14) Dompelaar 4 x zoveel warmte. Dan 4 x zo kort = 1 minuut per 100 mL. Ze wil 200mL verwarmen dus dat is dan in 2 minuten klaar

15a) Vaak wordt er spiritus gebruikt en tegenwoordig ook wel een zogenaamde brander-gel (deze is veiliger want minder snel ontvlambaar)

15b) Op de camping maak je gebruik van propaan of butaan (butagas). 

15c) In de open haard gebruik je normaal gesproken hout of haardbriketten (geperste houtvezel). Maar kunsthout met gasbranders of gelpotten kan tegenwoordig ook.

16) 

Gegeven: Energie 1 L butagas komt overeen met 0,4 m³ aardgas.

Energie 1 kg droog hout komt overeen met 0,5 m³ aardgas.

Gevraagd: Hoeveel kg droog hout nodig voor evenveel energie als in 1 L butagas.

Formule: Energie butagas x Volume butagas = Energie droog hout x massa droog hout

Invullen: 0,4 x 1 = 0,5 x massa droog hout

Antwoord: massa droog hout = (0,4 x 1) / 0,5 = 0,8 kg

17) Eerst butagas (0,4 m³ aardgas), dan spiritus (0,6), dan benzine (1,1) en als laatste huisbrandolie (1,2).

 

Paragraaf 2

 

18) Koolstofdioxide en water

19) Is helder en wordt troebel als het met koolstofdioxide in contact komt

20) Onvoldoende zuurstof

21) koolstofmono-oxide (er ontstaat ook roet, maar dat is niet giftig)

22) Erica en Marjolein hebben beiden gelijk (Erica want water is het transportmiddel voor de warmte-energie en Marjolein omdat de motor zorgt voor de beweging van het water, net als de motor van een auto zorgt voor beweging)

23a) Zuurstof

23b) koolstofdioxide en waterdamp

23c) Let op: foutje in boek! Juiste zin wordt: "Als aardgas onvolledig verbrandt, is er een tekort aan zuurstof. Dan ontstaan ook koolstofmonoxide en roet (=koolstof)"

24) giftig / zien / ruiken

25) Daarmee heb je water aangetoond. Het is namelijk waterdamp die condenseert tegen het (relatief) koude glas.

26a) Het klakwater wordt troebel en wit (melkachtig) --> in de klas te zien geweest als proefje.

26b) Helder klakwater is een reagens voor koolstofdioxide. Als het troebel wordt dan toont dit aan dat er koolstofdioxide aanwezig is.

27)A=pomp/B=CV-ketel/C=radiator

28) In de warmtewisselaar wordt de warmte van het gas overgedragen aan het water in de spiraal van de warmtewisselaar

29a) Dit is een behaaglijke temperatuur waarbij mensen graag douchen/in bad gaan

29b) Het eindproduct is water van 38 graden Celsius met een snelheid van 10L/min. Uit de CW3-ketel komt water van 60 graden Celsius dat met koud water gemengd wordt tot de gewenste temperatuur. Er is dus minder dan 10L/min van 60 raden Celsius nodig dus zal de CW3-ketel minder leveren.

30a)

Gegeven: tijd = 20 min, snelheid = 10L/min

Gevraagd: Volume = ?

Formule: Volume = snelheid x tijd

Invullen: Volume = 10 x 20

Antwoord: Volume = 200 L

30b)

Gegeven: Volume = 200 L, snelheid = 20L/min

Gevraagd: tijd = ?

Formule: tijd = volume / snelheid

Invullen: tijd = 200 / 20

Antwoord: tijd = 10 min

30c) De hoeveelheid water die ze nodig hebben is hetzelfde. De buurjongen gebruikt 2 x zoveel energie (want er komt 2 x zoveel water uit). Maar de buurjongen heeft maar de helft van de tijd nodig, dus ook de helft van de energie. Dus dat valt tegen elkaar weg en zullen ze ongeveer evenveel energie verbruikt hebben.

31a)Dan ontstaan koolstofdioxide en water(damp)

31b) De waterdamp zal tot water condenseren. (Eigenlijk kunnen ze beiden condenseren, als je maar ver genoeg afkoelt! Maar dan zit je ver onder het smeltpunt van water).

31c) Uit de twee schoorstenen komen uitlaatgassen. Die zijn heet en komen in de relatief (= ten opzichte van) koudere lucht. De waterdamp condenseert en er ontstaan wolken. En die kun je zien.

32) De geiser waar ze het hier over hebben is een soort van lokale warmwaterketel die vroeger in de badkamer en in de keuken hing.  Als je roetaanslag kunt zien dan betekent dat dat er een onvolledige verbranding van aardgas is.

32b) Dan is er ook kans dat er koolstofmono-oxide ontstaat en dat is giftig. (Roet kan ook gevaarlijk voor de luchtwegen zijn. Roet is een vorm van fijnstof en er zijn mensen die daar overgevoelig voor zijn)

32c) De eigenaar moet gelijk de geiser uitschakelen en service uit laten voeren op de ketel.

33a) In de krant gebruiken ze koolmonoxide

33b) Bij nask gebruiken we koolstofmono-oxide

34a) Onvolledig want er is een gele vlam door de onverbrande roetdeeltjes.

34b) Die is dicht, zodoende komt er te weinig zuurstof en is er dus een onvolledige verbranding

34c) Door de luchtschijf te openen komt er meer zuurstof en ontstaat er een "onzichtbare", niet ruisende vlam.

34d) Bij de gewenste volledige verbranding hoort een blauwe vlam.

34e) Zie 34a

34f) Uitschakelen van de ketel en direct een verwarmingsmonteur bellen voor onderhoud.

35a) Gewoon = 70-75%, VR = 75-80%, HR = 85-90%

35b) Hoe hoger het rendement hoe meer van de toegevoerde energie nuttig gebruikt wordt. Dus heb je voor hetzelfde effect minder nodig en dat scheelt in de portemonnee.

36a)

Gegeven:  Rendement = 75%, Volume aardgas totaal = 3000 m³

Gevraagd: Volume aardgas verloren

Formule: Rendement = (Volume nuttig / Volume totaal) * 100%

Invullen: 75% = (Volume nuttig / 3000) * 100%

Antwoord: Volume nuttig = (75/100) * 3000 = 2250 m³

Gevraagd werd verlies, dus Volume totaal = Volume nuttig + Volume verlies --> Volume verlies = Volume totaal - Volume nuttig = 3000-2250 = 750 m³

36b)

Gegeven: Prijs = € 0,65/m³, Volume verlies = 750 m³

Gevraagd: Kosten verlies

Formule: Kosten = Prijs x Volume

Invullen: Kosten = 0,65 x 750 = € 487,50

Best veel, hè? 

 

Paragraaf 3